Holy moly, wat weinig ravioli

Tjaart is een laissez-faire teamleider. Kenmerkend voor laissez-faire is dat je dingen uit handen geeft. Dat vereist vertrouwen en geduld. Je moet de drang onderdrukken om de tegenstander te mailen met een verzoek tot speeldata. Zij komen wel naar jou toe. Zo geschiedde. Vervolgens moet je dan al de voorgestelde data op wintersport zijn met artsen of gezin en de verantwoordelijkheid bij iemand en Koen neerleggen.

Zo kwam het dat ik voorin mocht in een auto met achterin een zeekoe en een zeeolifant. Tenminste, dat waren mijn gokken in het dierengeluidenspel. Koen chaufferde. Dat gaat steeds beter. We gingen niet via de snelweg, maar via de pittoreske Friese straatweg en de oude trekvaartroute. Naast uitdagende bochtencombinaties is dit ook een trip down memory lane. Schaakwoude uit? Volg het adagium: niet via de snelweg gaan!

Eenmaal in Damwoude, aten drie verstandige jongens spareribs in een restaurant op loopafstand van speellocatie de IJsclub. Een andere jongen at ravioli en krijgt vanavond of morgen een of twee lekkere drankjes om hem daarmee te troosten.

De IJsclub is legendarisch. Betreden op eigen risico hangt er naast de deur. Binnen kun je Wim en Marjan boeken voor al je feesten en partijen. Uw feest is hun reclame voor morgen! Pin me niet op de namen vast overigens. Als je zoekt op voor al uw feesten en partijen Damwoude, dan kom je er wel.

Juffrouw Jannie bracht bij aanvang de koffie en thee, 1e gratis, lang niet gek. Sowieso een schappelijke ontvangst en vriendelijke tegenstanders. De uitslag werd 4-0, maar dat was gedurende de wedstrijd niet de prognose. Mathijs deed het a la Carlsen en blijkbaar kunnen hij en Carlsen hetzelfde. Groen ging door het oog van de naald. Een herhaling van zetten uit de weg gaan zonder overleg met de waarnemend teamleider, maar met overleg met Koen. Koens tegenstander was ziek en kon niet zijn beste spel laten zien. Mijn tegenstander manoeuvreerde zichzelf de nesten in. 4-0, licht geflatteerd, maar een goed begin van de vierdaagse. Die bekerpotten wil je bij zijn.

Hoe een koe een haas vangt

Een nieuw relaas van Paul in WhatsApp-stijl bent u wellicht nog niet klaar voor. Avant-garde literatuur is helaas niet aan iedereen besteed. Dus leest u nu niet knip-en-plakwerk uit onze appgroep, maar een schrijfsel van misschien wel de beste columnist van LOS. U gaat toch geen bronnenonderzoek doen.

De trein waar ik mee naar werk ga rolt net station Haren binnen. De schaakclub van Haren is ook het thuishonk van Ernst-Jan Pastoor. Thuishonk als in: honk 4, en je hebt geen slaghout meegenomen. Hij nam zichzelf in bescherming door zijn basisplek op te geven. Blessures zijn ook bij schaken relevant. Zouden we dan toch een sport zijn? Dat maakte wel dat de drie musketiers supporter waren. Sterk als supporter, nog sterker in de analyseruimte.

Daar kon al gauw geanalyseerd worden, want Arjan had al gauw gewonnen. De Haas had wat onnauwkeurigs gedaan. In de moeilijke stelling die volgde vergat hij dat een stuk bleef hangen. Dus als u wil weten hoe een koe een haas vangt: vraag Arjan.

De chronologie staat mij verder niet meer voor de bril. Dus hierbij in willekeurige volgorde de andere borden.

Floris had de voorbereiding aangejaagd. Was zelf ook present, maar niet tot de ochtendgloren. Dit leidde tot een fitte Floris in de ochtend en dat leidde weer tot een beste beuker van een partij. Romantische offers wel gezien, maar die zouden weerlegd worden door Veltman en computer (in die volgorde). Zakelijke offers gespeeld en mat toegelaten.

Daar tellen we twee halfjes bij op. Hendrik kwam goed weg. Mathijs’ tegenstander ook.

Vervolgens of daarvoor won Renze een op het oog strakke pot. Tjaart stond ver voor in tijd, vond dat zielig voor zijn tegenstander en ging ook nadenken. Op het eind ergens wat gemist. De Jongh speelde gereserveerd all-in. Tegenstander de Jong was niet te beroerd om mee te doen, dus het werd een scherpe partij leuk voor de kijker. De Jong maakte minder fouten en trok aan het langste eind.

Rest ons met een stand van 4-3 nog onze dappere, fiere, koene Koen. Al gauw een pion kwijt voor compensatie die maar niet kwam. Kwaliteit hebben, kwaliteit geven. Koen streed als een Destiny’s Child met the eye of the tiger. 100 procent kwijt, halfje gepakt, nog steeds 100 procent belangrijk voor het team.

After: pizza met tegenstander, toeples van Groen, bughouse, Pauls vriendin, gure studentenkotten, htje.

Tot na de winterstop, hopelijk allemaal blessurevrij.




Conquest of paradise

Vingervirtuoos Vangelis verpakte dat gevoel in een schitterend stuk. Vroeger woonde ik in een huis aan de Radijsstraat dat het PaRadijs heette. Van een paradijs op aarde kon je daar echter niet spreken. Veel anders was dat gisteravond. Vrienden van vroeger bij elkaar om te genieten van de randzaken bij het schaken. Voedsel van Griekse bodem werd ons voorgeschoteld door Jan-Joris.

‘Ik heb stress schatje’. Intern bij Jan-Joris gebeurde een hoop voordat dit maal op tafel stond. In niet veel meer dan een kwartier hadden de veelvraten van LOS het overheerlijke voedsel, behoudens een deel van de tzatziki, verorberd. Immens gelukkig keek Groen naar het overblijfsel.

Chef in eigen huis is hij namelijk niet zo vaak en zijn liefde voor tzatziki wordt niet door iedereen gedeeld. Complex Hendrikstraat werd verruild voor het herenhuis aan der Hoge der Aa. Chauvinisten kunnen hun geluk niet op in het pand met meer kaarten van Groningen aan de muur dan in Stad zelf. Circa 6 jaar geleden schreef ik toentertijd nog spelend voor SISSA een verslag over dit huis waar de heimwee woont. C is een moeilijke letter om zinnen mee te beginnen als je niet zo’n begenadigd schrijver bent als sommige in ons team.

Tegenstander voor deze wedstrijd kwam uit Winschoten. Tegenover mij nam de sympathieke Fred plaats. Triomfantelijk keek hij mij aan toen ik een half uur in de denktank moest om mijn lichtzinnige openingszetten te verantwoorden. Terwijl ik zwoegde had Hummel zowel op het schaakbord als op de divan naast het bord een comfortabele stelling bereikt. Totaal in zijn element legde hij na zijn gewonnen partij de kneepjes van het schaakspel uit. Trots als een pauw na Dxd6.

Ondertussen boden de tegenstanders van Benno en Renze kranig verweer. Ome Benno had een ware Griekse falanx tegenover zich gekregen (h5-f7-c4). Oeverloos (zo bleek achteraf) probeerde Benno zich een weg te vinden door deze beproefde opstelling.

Renze had iets minder moeite dan Benno, maar nog steeds moeite. Ridderlijk vocht zijn tegenstander de strijd. Ruiterlijk moest hij uiteindelijk toegeven dat Renze de betere was in deze partij. Rest ons nog het resultaat van Benno en mijzelf.

Intussen had ik al gewonnen en zat ik beneden met de vele aanwezige fans te keuvelen. Ietwat verbijsterd luisteren de fans naar verhalen over Psalm 84. Ik, Jan Cremer, niet te verwarren met Jan Cremer, kwam ook voorbij. In mijn tegenstander had ik overigens een waardige verliezer gevonden: ‘Ik eet er niet minder schnitzels om’.

En daar kon ik alleen maar blij om zijn. Eer van Winschoten werd gered door de tegenstander van Benno. Even leek het alsof Benno geïnspireerd door het maal van Jan-Joris en door Tantulus eeuwig door zou spelen. Enkele momenten later berustte hij toch in remise. Een ronde verder in de beker. Ernst-Jan Pastoor een tevreden teamleider!