Zing, vecht, remiseer, huil en bewonder

Eerst zou Hummel het verslag schrijven, maar die was ziek en kwam niet schaken en ook niet drinken en als je er niet bij bent is een verslag schrijven best moeilijk, tenzij je alles wil verzinnen of alles uit de tweede hand hoort, maar dat hoor je dan meestal door middel van het verslag. En toen zou Frits het verslag schrijven, omdat iedereen een keer aan de beurt moet komen, zelfs de penningmeester, maar omdat Frits volgens anderen van zichzelf vindt dat ie niet kan schrijven, zou Frits toch deze keer niet het verslag schrijven. Toen zou Benno het verslag schrijven maar zei Casper dat hij het verslag best wilde schrijven, maar die had het vorige verslag al geschreven en toen zei Groen dat hij het verslag wel zou schrijven. Zo begon het dus.

Groen, ons jongste lid en beoogd verslaggever van dien, begon na een biertje of wat en een kelkje sake of twee iedereen stevig doch vriendelijk te interviewen, als ware hij Larry King. Maar Larry King hoeft nooit iets te onthouden omdat ie voor de tv interviewt en alles dus direct wordt opgenomen. Bovendien drinkt ie niet zoveel als Groen, dus als Larry King het wel had moeten onthouden zou dat ook makkelijker gaan, ondanks zijn vergevorderde leeftijd. Groen, flink in de olie, want daar smaakt sake een beetje naar, vergat dus alles en vroeg dinsdag aan Benno of ie het verslag wilde schrijven. Nou, ondanks dat ie ook niet alles heeft onthouden wilde die dat wel. Bij deze dus.

Het begon vrijdag, toen we bij Pol zouden eten, maar omdat Pol een te kleine woonruimte heeft gingen we toch bij Koen eten. Pol zou koken, maar omdat ie niet kan koken vroeg ie of Benno hem wilde helpen met koken. Pol en Benno hebben toen samen Köningsberger Klöpse gemaakt, een oud Oost-Pruisisch gerecht met kappertjes en gehaktballen en room en zo. Dat was speciaal voor onze nieuwe aanwinst Groen, maar die was op een bruiloft of iets met zijn werk of zijn vrouw en sloot dus pas later aan. Iedereen die er wel was vond het heel lekker. Maar vooral het bijgerecht, rode kool met geitenkaas, vonden we heel lekker. Pol had wel bier gehaald en daar hebben we één of meer van gedronken, en dat smaakte ook lekker omdat het niet Japans was. Zo dus.

Hummel viel dus plotseling uit en toen moest Benno invallen. Dat wilde die best maar hij stelde de teamcaptain voor een moeilijke taak door plotseling met veel bombarie de witte stenen op te eisen, aangezien hij de vorige keer zwart was. Pol maakte de taak van de captain nog een stuk lastiger, door eerst te zeggen dat ie op bord 8 wilde spelen, en toen toch op bord 2 wilde spelen. De teamcaptain wilde hem op bord 4 plaatsen, waarna Pol eiste dat hij óf op bord 1 óf op bord 8 plaats zou nemen de volgende dag. Pol had niet helemaal zijn dag, en ook niet helemaal zijn weekend. Maar met zo’n rommelige voorbereiding is het natuurlijk wel vragen om problemen. Maar dat is logisch.

Na een Hagel en een Donder gingen we naar het H’tje waar Groen kwam aanzetten. In het H’tje hebben we gepraat, gezongen, gehuild en gelachen, gesnelschaakt en dropshots en bier gedronken. De ideale voorbereiding op een dag waarop je de volgende dag weer hetzelfde gaat doen, behalve als je dan ook nog moet schaken helaas. Toen iedereen heel dronken was, ging iedereen naar huis. Behalve Groen en Casper, die bleven nog even. Die gingen pas naar huis toen ze nog dronkener waren. Bij toeval werd nog door iemand geopperd dat Staunton in het Denksportcentrum speelt, en niet in dat eeuwige noodgebouwtje in Helpman. Dat bespaarde menigeen een lange fietstocht op de zaterdag, waardoor sommigen toch nog wat nachtrust kregen. Daarom.

Schaken in het Denksportcentrum met een kater voelt een beetje als thuiskomen. Het wederzien met onze vrienden van SISSA en GUC was hartelijk. Onze teamcaptain was iets later omdat ie ‘s ochtends nog even via zijn eigen huis moest om de opstelling op te halen en zich te wassen. Hendrik en Frits kwamen kijken en dat vond de rest heel leuk. Na een stevige koffie en een bolletje met kaas en Hollandse tomaat, was bijna iedereen zover. Op bord 1 stond Pol al snel gewonnen. Dat zou slechts een kwestie van tijd zijn, dachten we. Op bord 2 heeft Floris twee keer een combinatie van drie zetten moeten uitrekenen en hij won snel. Op bord 3 won Renze ook vrij rap, ondanks dat deze FM (volgens Sipke Ernst is Rietveld IM-materiaal) nog wel eens problemen heeft met tegenstanders die op papier veel zwakker zijn dan hij. Koen won op bord 4 op zijn Koens, hij hing ‘m er lafjes in en deed een trucje. Zo wint ie altijd en sommigen vinden dat vals. Maar ik niet hoor. Dus.

Op bord 5 was het JJ tegen JJ, maar ook bijna OJ voor JJ. Materiaal voor, jawel, maar een mataanval pareren met een kater kan zwaar zijn. Maar ondanks dat een en ander wat roestig oogde, schoof Groen die er later bijkwam zijn zwarte legerpoppetjes op kenmerkende wijze naar de zege. Op bord 6 speelde Casper een afruil-Frans, en dat werd van een afhuil-Frans een afbeul-Frans. Casper miste nog wel mat in drie maar nam toch de overwinning mee, vooral omdat zijn opponent chronische problemen had achter de paaltjes. Op bord 7 moest Benno het opnemen tegen gepensioneerd scheikundige en een van de taaiste veteranen van het stel, good old Henk Seijen. Niet zo sterk als weleer, maar wat nou als Seijen zomaar eens zijn oude niveau aantikt? Benno speelde geen Oerang-Oetan, maar had wel een trucje in huis dat hem doorslaggevend voordeel opleverde in het eindspel. Pastoor deed op bord 8 iets moderns, en hij wachte geduldig tot zijn tegenstander die op papier een stuk minder was ook op het bord een stuk minder was door een fout te maken. Net als de vorige keer. Benno was intussen blij dat hij niet als laatste nog bezig was. Zoals zo vaak.

courtesy of Jack Spam

Nee, want dat was Pol, die zichtbaar geërgerd was doordat hij nog bezig was en door zijn stelling en omdat hij liever aan de bar zit en door van alles en door nog wat en omdat iedereen in het Denksportcentrum al lekker bier aan het drinken was aan de bar. Dat laatste vooral. Maar ook omdat Pol al heel erg lang gepest wordt door zijn team- en clubgenootjes omdat hij heel vaak remise speelt. Terwijl de schakers van Staunton hun teamgenoot Marijn Swemmer aanmoedigden door in een kring om het bord te staan, zaten wij al lang en breed aan de bar. Toen ging Frits even kijken en hij zag binnen één seconde dat Pol het volgende kon spelen: 47. Db8 Ke7 48. Dc7 Kf6 49. Dd8 Kf6 50. Dg5#. En als na 48… Te7, dan 49. Te5#. Maar dat zag Pol dus niet en toen deed hij nog heel veel stomme zetten en werd het remise. Zoals heel vaak.

En toen dronken we bier in het Denksportcentrum en toen kwam Koen aanzetten met een paar voedselbonnen, waardoor we voor een normale prijs konden eten bij een Japanner waar alleen mensen met bonnen komen omdat ie anders te duur is. Daar bestelden we eerst bier dat niet naar bier smaakte, Japans namelijk, en daarna bier dat een beetje naar bier smaakte, Heineken namelijk. We leerden ook een Japans raadsel, dat gaat zo: Joris bestelt zes kelken sake, Ben bestelt er drie en Ernst twee. Een travestiet of een lbtd’er serveert de kelken en op de rekening staan vijf kelken. Hoeveel kelken sake hebben de jongens samen gedronken? Dat was het raadsel. Terwijl de nicht van Floris zijn neefje iets beter leerde kennen door ongemerkt aan de tafel pal naast ons te zitten, vertelde Pastoor onsmakelijke verhalen over Finse vrouwen, die misschien ook Lets waren. Pol werd nog onlosmakelijk gepest en toen was het tijd om naar de karaokebar te gaan. Dat kan namelijk nooit geen kwaad.

Het was lang wachten op de hupsaké

In de karaokebar leerden wij dat iedereen goed kan zingen als de kelen gesmeerd zijn, de letters duidelijk op de schermen worden geprojecteerd, het publiek dankbaar is en de microfoons niet al te hard zijn afgesteld. Ook leerden wij dat het in karaokebars wemelt van vrouwelijke vrijgezellenpartys en dat er zelfs in een karaokebar een vip-gedeelte is dat je kan reserveren. En we leerden dat Floris een uitstekende Eminem in huis heeft. Iedereen deed iemand. Benno deed Ramses, Frits deed John, Groen deed iets Duits, Pastoor deed K3 en Pol deed Paul. En voor de rest deed Pol ook zo’n beetje alles. Alles, behalve winnen.

Toen gingen we naar het H’tje, omdat vanuit daar iedereen automatisch de weg naar huis kent en je op sommige avonden geen onnodige risico’s moet nemen. Pol had twee vrouwen uit de karaokebar meegevraagd om een potje met hun te schaken om zo toch nog een puntje te halen dit weekend. Dat lukte. De rest ging ook schaken, of praten of drinken of nog meer zingen en nog meer van die dingen. En Nick citeerde Rousseau, wat iedereen heel grappig vond.

Het was weer een leuk weekend. Iedereen was er, behalve Hummel want die was ziek maar daar kan ie niets aan doen en Arjan die nu in Amsterdam woont en dan weet je het wel. En het was leuk omdat bijna iedereen heeft gewonnen en omdat we als team met 7,5 – 0,5 hebben gewonnen en omdat we heel veel bier hebben gedronken en we toen allemaal dingen hebben meegemaakt die je dan later weer in een verslag moet teruglezen. Daarom was het een leuk weekend dus.

De kop is eraf!

Wat een historische dag! Onze eerste wedstrijd, onze eerste puntjes, onze eerste shotjes.

De eer was aan ESG Emmen om onze testtegenstanders te zijn. Zou de speelzaal een beetje voldoen? De lieden van de GSV hadden het nodige wattage toegevoegd aan het speelhonk. We konden zelf koffie zetten zodat deze gratis werd. Hagelnieuw hout en kersverse klokken, alles was spic en span. Emily tapte onze glazen vol.

Het valt mij zwaar recht te doen aan deze fantastische dag vol goede gemoederen die nog lang duurde. Goede gesprekken en prachtige gezichten. Floris, Koen en Hendrik die nog tot het gaatje ad-wedstrijden hielden met de GSV’ers (de eerste twee in Zimbabwaanse kledij).

Er werd nog geschaakt. Ondanks ons ratingoverwicht moest ik bij bepaalde stellingen soms even slikken. Dijkie die zwijnt in een chaotisch eindspel. Floris die in een heel droog eindspel water uit steen weet te persen. Benno die het ergens moet hebben laten liggen. Verder wel soepele punten. Ik laat het hierbij. Ik heb niets meer te zeggen. O ja, het werd 7-1: