LOSSISSAans onderonsje

Schaken op een maandag, wie had gedacht dat dat zo leuk kon zijn? Tijdelijk terug op ons oude nest in ’t Proeflokaal, waar wij ons thuis voelden en thuis speelden tegen vaderclub SISSA. Maar papa kreeg klopjes deze avond.

Nog in de coulissen legden wij eerst een bodem, slechts één gang, bij de bekende Italiaan. Lange benen bedienden ons in een bedaagd tempo, maar we waren ruim op tijd om het strijdtoneel te verkennen.

De SISSAnen druppelden binnen in het H’tje, en wij bedruppelden onszelf en eventuele tegenstanders om de schaaklust goed aan te wakkeren en de zenuwen te temperen. Hopman Frits herinnerde ons eraan dat we nog wel even moesten winnen, want KNSB-beker en belangrijk en zo. Inmiddels werd duidelijk dat Koen op bord 1 tegen Mathijs mocht, Frits voorts versus Kenneth, Casper tegen neuer jungs Laurids, Ernst Jan tegen Edim. Koen koos Carls rechterhand die een zwarte pion bevatte, und es gang los.

Het bleek weer hoe bemoedigend het is om naast een teamgenoot te zitten die goed staat. Ik had niet de kans om te zien hoe Frits precies die extra vrije d-pion bemachtigde, maar als hij lang rokeert weet je wel hoe laat het is. Zodoende had Koen de luxe om zijn paarden rustig te roteren op de onderste rijen, beetje JJ-style, KI met license to kill. Terwijl mijn tegenstander de denktank in ging om de Franse Tarrasch te weerleggen, kon ik eens rustig toekijken hoe Edim een kwal verkwanselde. In EJ’s woorden deed onze knuffelbosniër ‘een beetje een rare zet’, mogelijk geïnspireerd door het bestellen van een koffie verkeerd.

Toen laatstgenoemde zich wat later hardop afvroeg wie er eigenlijk teamleider was, hadden er misschien alarmbellen moeten afgaan in mijn hoofd. Ik antwoordde dat ik dat waarschijnlijk was, en wees het idee van remise op voorhand resoluut af.

Zelf nam ik enig risico in het inmiddels ontstane eindspel. Ik kreeg het beoogde lichtestukkenduo tegen toren en wat pionnen, maar met veel meer tijd op de klok. Mijn interesse in mijn buurmannen begon te tanen, maar kennelijk bleef Java wakker en kermde Python: punt voor Rietman. Ook punt voor Rupert nadat mijn d-pion in de end-zone belandde. Terug van een taaie analyse bleek EJ te hebben verloren, en Koen het winnende halfje te hebben gepakt (ik fungeerde zoals gebruikelijk als oudpapierbak; geen idee hoeveel onbekeken notatieformulieren van Koen ik in bezit heb).

In de nazit moest vooral EJ het ontgelden. Het blijkt dat materiaalwinst omzetten in punten (nog) niet zijn forte is. Een domper of leermoment, afhankelijk van wie je het vraagt. Edim had wel knap teruggeknokt, waarvan akte.

Zo laat op de avond vergeet je wel eens wat: waar je je sigaretten hebt gelaten, hoe laat je trein gaat. Maar de nacht is weer geopend en toevallig heb ik geen baan of kinderen, een geluk bij een ongeluk.

SISSA bedankt voor de gastvrijheid en de punten. We’ll meet again op 23 april!

De ene chauffeur is de andere niet

In vroegere pre-pandemische tijden grapten we regelmatig over de bijnamen van LOSsers binnen de club. Als vereniging mocht ik regelmatig schietschijf spelen, maar ook de chauffeur werd met enige regelmaat getroffen. De grap, ooit ontstaan in Wageningen, stelt het belang van het autorijden boven het schaken voor een van onze clubgenoten. Met de chauffeur zat ik vrijdag om half 6 in het café. Ook met een ander vaak-rijder trouwens, en de chauffeur van de wedstrijd van zaterdag. Twee van deze drie zou ik bij een volgende wedstrijd zonder twijfel weer meenemen als schaker.
Best aardig trouwens, sluiting van de horeca om 22:00 op vrijdagen voor een KNSB-zaterdag. Na een intensieve paar uur snel naar bed, om zaterdag fris en fruitig op het station te verschijnen voor een tocht richting Sint Jabik. Op de zaterdag zelf is die sluitingstijd dan wel weer een regelrechte ramp.

Zaterdag dus. Iedereen op tijd. Paul en Frits rijden. Niet naar de aardappelschuur, wel naar het multifunctioneel dorpscentrum. En poh, wat was dat multifunctioneel. Op zijn minst kon je er klaverjassen, kerkgaan, sporten, toneelspelen, ongetwijfeld stemmen en schaken. Voor dit laatste kwamen we, dus dat kwam fantastisch uit.

Natuurlijk weten wij dat Paul een goede chauffeur is. En aan zijn kwaliteiten als schaker twijfelt niemand. Het verbaasde dan ook niet dat hij met wit op 4 1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 dxe4 4.Pxe4 f5?? hard afstrafte. Het gebruikelijke “ja hij was heel goed vroeger, en had dit heel goed bekeken, in de analyse zag hij alles” neem je dan maar op de koop toe. (0-1)

Hoewel een autorit met Frits, op de gespreksonderwerpen die passeren na, verrassend veel gelijkenis vertoont met een rit met Paul, lijken zij als schaker geenszins op elkaar. Frits had op 2 met zwart geen gambietje voorbereid. Zijn tegenstander echter wel. (“als ik g4 zie moet ik hem spelen,” aldus zijn opponent) De Flitsende Frits die we daarna zagen geeft moed voor wat nog volgt in ons schaakbestaan! Niet melken maar in de aanval. Punt op ’t formulier. (0-2)

Groen was heroïsch in wedstrijd 1, maar in de wedstrijd in arnhem was ’t al beurt voordat hij door kon hebben dat hij ook die dag heroïsch moest zijn. Vandaag behoefde geen extra hero, geen probleem dus dat Jan Joris zich op vies vergelijkbare vorm liet flessen als in Arnhem. (die vorm vraagt u? Nonchalance) Lichtpuntje, Hendrik had deze keer de opstelling wel op orde en het spel was iets beter. Maar wel een persoonlijke nederlaag. (1-2)

Voordat Groen en Frits klaar waren kregen Renze en Casper al een remiseaanbod. Gezien het vertrouwen dat ik in mijn teamgenoten heb, en de ietwat tricky stellungs bij Pastoortje, Benno, Groen en niet in de laatste plaats mijzelf vroeg ik beiden om door te spelen als ze niet dachten dat ze slechter stonden.

Vooral bij Renze was deze vraag om door te spelen ingegeven door de goede stelling die hij had gekregen vanuit de opening. Je mag mij altijd wakker maken om Renze’s stelling (7 pionnen, loperpaar tegen paard loper en 2 torens) verder te spelen. De ‘Yin van mijn Yang’ (Paul) vond het dodelijk saai. Maar goed, Renze kwam dus ook heel goed te staan, maar overzag een krachtige tegenstoot van het opperhoofd aan de overkant. Deze klap (of 1 van de volgende) ging dus gepaard met een remiseaanbod. Op moment van remise aanbieden stond zwart al beter (engine-taal), en hoe dan ook weigerde Renze na overleg. En ook hoe dan ook werd het toch remise, want het was wel erg optimistisch om door te spelen. (1,5 – 2,5)

Casper laten we nog even hangen, want eerst was de partij van Koen op 4 klaar. Met zwart een Najdorf spelen is wat gewaagd als je van droge stellingen houdt. Maar zoals velen ontwikkelt Koen zich een beetje als bi-schaker. Scherp is ook wel leuk! Yang kende de stelling al snel niet meer, Yin noemde het theorie. In feite slalomde de partij van boek-in naar boek-uit. In ieder geval dacht Koen zet voor zet iets beter te komen te staan, tot een blunder al het voordeel weer weg gaf. In feite was de stelling tot die tijd min of meer gelijk en gaf de blunder niet alleen het voordeel maar ook een flink nadeel weg. Niet gespot door zijn sympathieke tegenstander (“Nee, nee, ik haal wat voor jou!”) gelukkig, en in serieuze tijdnood combineerde Koen beter. (1,5 – 3,5)

Casper kreeg dus remise aangeboden. Kudos voor het overleg bij het remiseaanbod in een gortdroge stelling, en nog meer kudos voor het doorspelen. Moet ik verder woorden vuilmaken aan deze partij? Er was niet veel aan denk ik. Zeker niet voor de vluchtige toeschouwer. (2 – 4)

Rest ons nog de mannen in en uit vorm van dit seizoen. Beiden met een tricky stelling. Beiden met kansen. Yin denkt dat Benno wel gaat winnen en Ernst-Jan bijna mat staat. Yang denkt dat Ernst-Jan een goede partij speelt en moet het nog maar zien bij Benno.

Pastoor was als eerste van de twee klaar. Na een heerlijk portie zelfbeklag en zelfonderschatting in de opening kwamen de zetjes steeds natuurlijker. Toen het bravoure (“waarom speel je hier f5?!”) terugkwam werden er ook dreigingen in de stelling gevlochten. Er was sprake van enige onnauwkeurigheid, maar de verloren stellingen die in de wandelgangen besproken werden bleken allemaal niet zo verloren te zijn als gedacht. Onduidelijk was het wel, tot zijn tegenstander even de druk eraf haalde en zelf onder de voet gelopen werd. Winnende puntje voor Ernst-Jan. (2 – 5)

Maar goed ook, want na een enerverende partij moest Benno het onderspit delven. Ergens loopt het nog niet helemaal tussen praktisch kijken en objectief goede zetten spelen. Komt vast, en met zulke chauffeurs kun je natuurlijk best eens wat laten liggen. (3 – 5)

3-5 Voor de onzen dus. Snel naar Groningen, restaurants bellen (“hebben jullie ook niet wat later plek?”) en verheugen op de kroeg. Vlug wat bier, want om 20:00 konden we nog even onze beurs omkeren bij de Japanner. Gezellig maar kort.

Voor de volgende wedstrijdzaterdag wil ik open kroegen, dikke punten en eten bij Italia. Op vrijdag gaan we immers al naar de Haan! 😉

Als het team maar wint…

Onze vorige uitwedstrijd was in Arnhem. Daar dacht ik door een puntje op bord 8 mijn team wel te kunnen motiveren tot een overwinning. Het team kon echter niet voldoende potten breken. Dijkstra liet de kans op het winnende halfje liggen. Groen was legendarisch slecht. Ik kreeg wat kritiek van het team te verduren over een slechte voorbereiding, vrijdag te weinig bier geregeld en dergelijke opmerkingen. Ik neem kritiek graag ter harte. Feedback is een cadeautje dat je niet in de bek moet kijken. De daaropvolgende thuiswedstrijd liet ik mezelf uit het team en faciliteerde ik de randzaken: 8-0 inclusief een puntje voor Arjan. Thuis zijn wij überhaupt heel sterk. Ik ben te lui om het op te zoeken, maar ik denk dat we thuis nog nooit hebben verloren.

Uit wel. Onder andere in Assen voor de Nosbo-beker een paar jaar geleden. Andermaal stond Assen uit op het programma. In het team merkte ik meer wilskracht om te winnen dan anders. Binnen Assen zitten een aantal (oud)Sissanen, vandaar wellicht. Voor thuiswedstrijden de randzaken goed op orde hebben is niet zo moeilijk. Een uitwedstrijd zou een echte test worden. Rutte en co waren druk bezig roet in het eten te gooien. Een samenzijn met het team op vrijdagavond bleek er niet in te zitten. Ik gooide het op een andere tactiek. De tegenstander verzwakken. Een paar drankjes en een shotje of twee later zat mijn taak erop. Dat ik mezelf daarmee ook verzwakte was niet erg. De boodschap van Arnhem uit was immers: eerst het team laten winnen, vervolgens kijken of je eigen partij nog het redden waard is.

Had ik het team wel goed neergezet? Was de balans verder wel goed? Groen en Pastoor beide rust gegeven deze ronde. Was het niet te veel van het goede? Zouden we wel genoeg shotjes doen? Allemaal vragen die niet door mijn hoofd schoten op zaterdagochtend. Ik had niet zoveel ruimte in mijn hoofd. Ik ontving vandaag wat meer steun van oud-teamleiders dan vorige wedstrijden. Koen had reisinformatie gedeeld, waardoor we ruim op tijd in Assen waren. Paul had gezegd dat ik hem op bord 1 moest zetten. Een meesterzet. Paul had de sterkste tegenstander te pakken. Hij leek wel wat kansen te hebben, maar Struik speelde erg sterk. Paul stond met zijn rug tegen de muur en zag geen brood meer in zijn stelling. Voor de volgende ronde gaat Paul op zoek naar brood bij de Gedächtniskirche of bij het Alexanderplein. Mijn tegenstander Haan bleek overduidelijk over veel meer begrip van onze opening te beschikken. De gehele partij stond ik iets minder. Tot een moment in tijdnood waar ik een kans kreeg om remise te maken. Ik verzuimde, omdat ik dacht dat ik in een paar minuten wel winnend voordeel kon krijgen. Even later was ik een illusie rijker, maar armer dan verwacht.

Dan naar het goede nieuws: er werden heus wel punten gepakt in Assen. Hummel had een snel halfje te pakken en kon terug naar zijn zoon. Koens tegenstander gaf hem een pion cadeau. Koen houdt wel van pionnetjes. Met eentje meer wordt een eindspel namelijk makkelijker. Zo ver kwam het niet. Koen had de winst al sneller binnen. Frits leek optisch steeds veel beter te staan, maar objectief (lees: de mening van Koen en Renze) stond het gewoon gelijk. Het werd dan ook remise. Renze moest tegen Geon. Een originele opening is bij Geon meestal aan de orde, zo ook vandaag. Gebaande paden konden in deze partij niet bewandeld worden. Renze is echter niet vies van een hardloopwedstrijd door de modder en wist te winnen. Rupert tankte vertrouwen door na een verloren halfje tegen Apeldoorn nu door het oog van de naald te kruipen. Met nog 1 seconde op de klok speelde hij Tg4 wat voldoende bleek voor de winst. Een fijne opsteker. Dijkstra had zich voorbereid op zijn tegenstander. Niet op het gebied van openingen, maar in het algemeen. Tegenstander Dwarshuis (die van die shotjes op vrijdagavond, niet de wereldkampioen vogelspotten) hoopte waarschijnlijk op een kabbelende partij, maar onze Arjan vloog er keihard in. Offerde drie pionnen, telde niet goed, offerde twee pionnen en ging er dwars doorheen. Even leek hij gemakzuchtig te worden, maar was op tijd weer bij de les. 5-3 was de eindstand.

We vervolgden onze avond door naar de Kleine Griek te gaan. De Kleine Griek had een grote fles ouzo waar we van gesnoept hebben. Niet lekker van gesnoept, ik heb wel eens lekkerder spul gehad. Voor de rest was het prima verzorgd en vermaakten we ons uitstekend. Koen heeft nog veertig euro verdiend, beeldmateriaal op te vragen bij KJJL hemzelf. Ik zou het verslag nog langer kunnen maken, maar het moet gauw online. Dus nog even wat korte zinnen in willekeurige volgorde die u hoogstwaarschijnlijk niets zeggen.

Yamas! De tapperij moet open. Casper is flexitarier. Assen is tantoegoedkoop. Op Kreta gratis ouzo. Als 1000 lepels, terwijl je een vork nodig hebt. Assie op zwarte lijst hotel Eemnes? Dijkstra niet geluncht met subway. Alleen de vogels vliegen van Oost naar West-Berlijn. Frits had de hik. Koen heeft opgedrukt. Gertjan heeft vaker opgedrukt. Als het team maar wint.