LOS houdt huis in eigen stal tegen TAL

Dit verslag is live op locatie opgenomen na de winst van LOS (-Groningen?!) op Tjonger Aa Linde, gespeeld in klasse 4a van de KNSB-competitie op 3 november 2018. Het idee van dit experiment is de sfeer van LOS, die zich vooral kenmerkt door een bepaalde arrogante overwinningsroes, het nuttigen van alcohol en een voorkeur voor meezingmuziek van nederlandstalige bodem, zó waarheidsgetrouw te vatten, dat er als het ware een foto van wordt gemaakt.

Er is al enig onderzoek gedaan naar het wezen van de Groningse schakers en hun groepsgedragingen. Zo observeerde de vermaarde gedragsbioloog Billy Bouwmans in de zomer van dit jaar enkele ‘vreemde vogels’ tijdens het zomerschaak in het Hooghoudt Proeflokaal (dat overigens zeer overtuigend gewonnen werd door De Jongh, te vinden op de NOSBO-site door een eind naar beneden te scrollen). LOS vormt dan weer haar eigen subcultuur binnen de scene, namelijk die van de (vooral voormalige) studenten die vlak vóór, op of al over de drempel zijn van het zich ‘settelen’; dat laatste proces nu lijkt relatief langer te duren bij de lieden van LOS dan bij subculturen van hun peers door een nostalgische hang naar het losbandigere verleden.

Naarmate de avond vordert en er meer bier wordt gedronken, worden de taaluitingen navenant incoherenter. We moeten een spreekwoordelijke mantel der liefde aantrekken en deze (toch nog ergens jonge) mannen niet te fel beoordelen om hun soms wat ruwe woorden. Bovendien bestaat er de mogelijkheid dat enkele verslagleggers de teksten van andere verslagleggers hebben gemanipuleerd, dus we kunnen nooit met recht iemand beschuldigen van grensoverschrijdende taal.

De teksten van de leden van LOS zijn minimaal geredigeerd om de leesbaarheid te bevorderen.

Dijkstra:

In Griekenland hebben heel veel volkeren gewoond en geleefd. Het tofste volk waren de Spartanen. Slapen op houten bankjes, ijskoud douchen, één keer per dag eten; je kent het wel. De Spartaanse manier van leven was een grote inspiratiebron tijdens de reformatie. En daarom hadden wij het op deze verjaardag van Clearcast koud. IJskoud. Terwijl de avond van gisteren in mijn hoofd nabeukte hoopte ik dat het snel over zou zijn. Wanneer mijn tegenstander nadacht zat ik tegen de verwarming gehurkt; wij zijn niet met 300, wij zijn met 12. Als titelhouder heb je een voorbeeldfunctie voor de kandidaatstitelhouders, dus ik leverde een modelpartij af die werd afgesloten met een stap 4 trucje die Assie later minstens een kwartier zou kosten om op te lossen. Bedankt voor de bananen.

Lambrechts:

Toen ik op vrijdag de kroeg binnenliep en geen Pol zag wist ik dat het goed ging komen. Wij konden relaxed een biertje drinken zonder volledig naar de godverdetyfus te gaan. Dat Pol altijd al de aanstichter van al het kwaad is geweest bleek wel toen hij binnenwandelde met een dronk waar je u tegen zegt. Dat hadden wij mooi ontweken. Goed, na 3 cola’s van Paul en een tocht door de binnenstadse kroegen van Dijkie, Rupert, Flots, de Duitser en deze vent belandden we ruim voor het ochtendgloren (heerlijk die winter) in bed. Dat schaken ging daarna ook wel goed, een creatieve uitspatting op zet 7 werd snel omgezet in auto-pilot en saai tot zet 20. Tegenstander Arjen maakte snel een foutje en verzwakte zijn centrum waardoor ik een zooi pionnen kon winnen en kon afwikkelen naar een gewonnen pionneneindspel. Althans, dat dacht ik, maar toen ik eens goed keek zag ik dat we nog gelijk stonden. Gelukkig was het toch een gewonnen pionneneindspel.

De Jongh:

De trainer zegt dat ik wissel sta. Na de aanvankelijke teleurstelling, wint de blijdschap het. Want schaken onder invloed is prima, maar schaken onder invloed van gisteren is minder. Na vijf pepernoten – nee, niet de kandij die de Sint uitdeelt, maar de shot van de maand op de GSV – voel ik me helemaal weer een beetje de aangeschoten oude. Het speelhok is wat aan de koude kant, maar dat kopen we af door gratis pepernoten – ja, de echte, waar die maatschappelijke discussie over gaat – en koffie uit te delen. Als ik niet beter zou weten zou ik zeggen dat we er beroerd voorstaan na een uur of twee, maar we zijn schwindelaars, nep-FM’s en scharrelaars, dus waarschijnlijk wordt het nog wel 8-0. Na de superlange rokade (0-0-0-0-0) van onze Frieze opponenten komt dat halfje dan toch, de jarige Hendrik is de lul. Hij kan van grootmeesters winnen en van patzers verliezen, maar zoals nu blijkt ook remise spelen, hoewel zeldzaam. Frits wint ook als laatste, waardoor we met 7,5 – 0,5 winnen. Normaal resultaat, sprak de gek arrogant. We blitzen nog wat, eten Chinees, drinken en eten nog een pepernoot of wat, en halen het H’tje weer eens niet [sic! CR]. Al met al een zeer geslaagde tweede thuiswedstrijd van LOS!

De Groot:

Want: “Gisteren was een klote dag, alles kut alles kut.” De laatste serieuze partij van mijn hand was alweer een goed half jaar geleden. Dat was te zien op het bord. Gebrek aan scherpte zorgde voor gemiste kansen. Haastige spoed kwam dit keer ook niet goed. Een halfje tot besluit, met als gevolg urenlange hoon en smaad van mijn teamgenoten. Daarbij verloor ik ook nog van Dijkstra met blitzen. Huilen. Ik ga wel weer crazyhousen.

Pastoor:

Poeh. Wat een lange dag. Gisteravond kon ik gelukkig mijn snor drukken. Vandaag overdag had Renze die eer. Ik mocht als slechtste speler van ons team tegen Bas van der Zwaag, die mij met de witte stukken vanaf zet 8 onder druk zette. Hij hield hier pas mee op toen de tijdnoodfase voorbij was. Ik heb een storm of 4 moeten doorstaan, en op sommige momenten was het een zijden draadje.
Maar de steun van Paul, en zijn biertjes, hebben mij er doorheen geholpen. In een eindspel waarbij ik 1 pionnetje meer mocht hebben, kon ik door een kleine onnauwkeurigheid van Bas aan een 2e pion komen. En toen was de winst binnen.
Les: h5 is goed, h4 is ook goed, h*g3 is ook goed. Maar daarna moet ik gewoon even nadenken…
Ik hou wel heel erg veel van jullie allemaal. Vooral van Jan Joris. Soms, maar ook meestal.

Ten Vergert:

Het was leuk mooi lekker en gezellig! Schaken leuk! Een teamleider die het snapt!
Mijn partij ja dat was leuk! Frans! Pc3 en toen werd het pas echt leuk! De dame ging naar voren, en wilde aanvallen! En dat is wat er gebeurde, dame paard toren aanvallen! Een tegenstander die ik ken van vroeger, in 2011 een echte scandinaaf! Klaas herinnerde zich onze partij nog en was uitstekend op de hoogte van ons schaakverleden! En ja het schaken deze partij werd op het scherpst van de snede gespeeld! Beide voelden we ons winnaar! De avond is nog jong ten tijde van dit verslag, de nacht duurt nog lang! De drankjes zijn lekker! Het team is leuk! Het zijn lieve mensen, aardige mensen, teamgenoten waar ik blij van word.

Rietman:

De sloophamer. Floris heeft hem. Erik-Jan heeft hem. Vele spelers in het team hebben hem. Ik heb hem niet. Ik ben veroordeeld tot eindeloos pielen. Beetje ruimte winnen. Paard naar een beter veld. Die koning, moet hij naar c5? Of moet hij op de koningsvleugel blijven? Kan ik nu afwikkelen? Of moeten de torens toch op het bord blijven? Pieker, pieker, pieker. Koen is klaar. Paul is klaar. Arjan is klaar. In de bar is het gezellig. Meezingen met Aukje Fijn. Jij krijgt die lach niet van mijn gezicht. Shotjes worden afgekondigd. Nog één keer die variant. Moet hij ruilen? Is die vrijpion gevaarlijk? Het wordt vier uur, vijf uur, half zes. Casper komt nog maar eens kijken. Biertje in de hand. Waar is toch die sloophamer?

Groenewold:

Wat een gedonder over een sloophamer. Wanneer je het woord sloophamer neemt, denk ik liever aan sloopkogel. Dit woord staat mij meer aan. Afgezien van dit eindloze gelul wil ik toch eerst iets anders kwijt. Dijkstra, die kennelijk binnenkort tot FM zal benoemd worden, heeft een bijzonder vervelende eigenheid dat hij zijn stoel niet aanschuift wanneer hij zijn bordje verlaat. Heel irritant, ik heb vandaag wel honderd keer zijn stoel aan de kant moeten schuiven. Het is als een bal die je de berg op moet rollen. Een extentialistisch geheel, zoals treffend beschreven door Camus in “le mythe de sysiphe”. Deze zingeving was leidend in mijn partij. Continu geconfronteerd door mijn eigen onkunde probeer ik de problemen op te lossen op mijn bord, die ik zelf teweeg heb gebracht. Een kunstvolle aanval rolt over mij heen nadat ik besluitloos speel. Tandjes op elkaar, hij geeft een stuk weg. Ach wat fijn. Aukje Fijn.

Van Assendelft:

Na met wit een Franse opening tegen te krijgen, speelde Floris een slappe variant. Want ja, Frans is niet leuk. Nadat beide partijen enorm veel tempi hadden verloren met manoeuvres die tot niets leidden, kwam er een normale stelling op het bord. De vragen waren wat wit, maar ook zwart gingen doen. Beide konden verdacht weinig, ondanks de 30 nog aanwezige stukken. Het werd een soort ‘staring contest’: wie het eerste met zijn ogen knippert verliest. Zijn sympathieke tegenstander (die ons vergezelde tijdens het voortzetten van de dag) had niks moeten doen, maar speelde Lxc3 en toen Floris verheugd bxc3 kon doen was het een startschot tot een koningsaanval niet meer te stoppen was: 1-0.

Dijkstra (II):

Gaan we al eten? Ik heb honger.

Kompaan (tegenstander, TAL):

“Ja, tijdens de partij wilde ik deze variant eigenlijk niet uitrekenen, daar was ik te brak voor”. Aldus mijn tegenstander. Het voelt toch slecht om je hele leven met schaken bezig te zijn, maar op zo’n simpele manier van het bord te worden geschaakt. Ondertussen drink ik nu een biertje met de tegenstanders en heb ik door wat een ‘vriendenteam’ echt inhoudt. Een goede sfeer waar iedereen elkaar in zijn waarde laat, ondertussen iedere tegenstander van het bord vegend. Ik wens dit team veel succes in de volgende partijen, ik kom zeker weer eens kijken. Ik ben fan.

Rupert:

21.57 We gaan nog niet naar huis. Soms bijna, maar dan

Pastoor (II):

Na 33 jaren in dit leven, maak ik een testament op van mijn schaakleven. Niet dat ik paard en pion heb weg te geven, en voor slimme jongen heb ik nooit gedeugd.
En van je hela hola, lalalalala

Ten Vergert (II):

Dikke lul dikke lul dikke lul lul lul

LOS komt los van moederclub

Als er een moederschoot is geweest waar het arrogante, zelfingenomen, zelfbewuste en puberale LOS uit is ontstaan, dan heet zij Sissa. Het geluk trof ons dan ook toen wij voor tenminste een keer terug mochten keren naar die moederschoot en ons mochten laven aan haar warmte, door zowel tegen Sissa-sisters in de NOSBO-beker als tegen Sissa in de KNSB-beker te loten, hoewel van ‘tegen’ bezwaarlijk sprake kan zijn. Dat we locatie-ongebonden zijn bleek meteen. Moeten we iemand invliegen uit Zoetermeer, uit de hoofdstad, en wat te doen met een locatie als ‘een concert’? Net zo locatie-ongebonden maakte het café Hooghoudt en het JvdWDsc voor ons geen verschil, en acht man optrommelen lukte net, zodat de vraag meteen ook rees: zijn we wel met genoeg vet op de botten aan onze onderneming begonnen?

Tegen vrouwen schaken zal voor iedereen een andere ervaring zijn. Soms geeft een vrouw een dame weg en geeft ze op en staan we 1-0 voor. Soms mag je van een vrouw op tijd weg naar een concert, omdat ze opgeeft, terwijl ze best door had kunnen spelen. Soms spelen er andere emoties dan puur sportieve strijd en wil je indruk maken en ga je idiote beperkingen aan – zoals: je mag geen stuk meer op de achterste twee rijen neerzetten – en moet je nog echt nadenken ook. Soms word je volledig overspeeld en sta je straalverloren, dan iets minder verloren en uiteindelijk zelfs gewonnen en dan win je als team opeens met 4-0.

In de KNSB-beker ging het allemaal wat stroever. Zo had Eric Jan Walinga praatjes: “Een remise zit er voor jou niet in! Heb je mijn TPR wel gezien?” Edim, Raymon en Mathijs hadden een goede concentratie te pakken. Zelf zat ik lekker in mijn vel, weekje vakantie gehad, beetje schaken. Walinga had een paar keer de gelijkmaker op de schoen, maar vanaf een gegeven moment werd mijn stelling met elke zet beter tot hij niet beter kon: Walinga stond mat, en een remise zat er voor mij inderdaad niet in. Daarmee leek het goede nieuws al bijna op te zijn. Edim nam veel risico en zijn stelling leek te kraken, maar hij eindigde in een gladremise stelling tegen Renze. Jan Joris stond gedrongen en dat is meestal niet erg. Als hij echter half aangeschoten beweert: “Ik ga lekker een pion pakken” en daar flink bij lacht, is dat zelfs reden tot optimisme. Dat hij de pion vervolgens niet pakt en daarna alles instort, tsja. Edim deed het onmogelijke: hij verloor de partij tegen Renze. De eerste partij die ik ooit tegen Edim speelde was net zo’n geval: volstrekt gelijk eindspel en dan opeens winnen. Edims spel verdient het eigenlijk om meer punten op te leveren. Benno speelde de opening zo creatief dat ik geen enkele zet van hem kon voorspellen. Hij had dan wel lopers, maar ook een gemankeerde structuur en kwam ergens een kwal te kort. In wederzijdse tijdnood deed hij alles cadeau en schopte hij uit frustratie en begeleid met krachttermen een deur die er ook niets aan kon doen. Een objectieve toeschouwer zou het misschien gewoon een prima partij van Mathijs hebben gevonden. Dus net aan een 2-2, met enorme mazzel. Vluggeren dus.

Inmiddels had ik bier op en ik gaf meteen een stuk weg. Wonderbaarlijk genoeg, of beter: dronken genoeg, hield ik de druk op de ketel en blunderde Eric Jan in een lastige stelling. Jan Joris knuppelde Raymon naar een matje (zwarte koning op h3, vol bord) en daarna maakte het niet meer uit, vanwege afvallen van borden en dergelijke, maar Renze won ook nog weer een remise-eindspel tegen Edim en verloor Benno nu? Geen idee. Voor de statistieken. Die statistieken zijn overigens niet te vinden op schaken.nl. Bij een uitslag van 2-2 staat niet wie door is na vluggeren, wat een volstrekt inferieure website is dat. Hebben jullie er allemaal over geklaagd in de enquête van de KNSB?

Steeds losser staan nu Hoogeveen en de GUC3 op het menu.

Zing, vecht, remiseer, huil en bewonder

Eerst zou Hummel het verslag schrijven, maar die was ziek en kwam niet schaken en ook niet drinken en als je er niet bij bent is een verslag schrijven best moeilijk, tenzij je alles wil verzinnen of alles uit de tweede hand hoort, maar dat hoor je dan meestal door middel van het verslag. En toen zou Frits het verslag schrijven, omdat iedereen een keer aan de beurt moet komen, zelfs de penningmeester, maar omdat Frits volgens anderen van zichzelf vindt dat ie niet kan schrijven, zou Frits toch deze keer niet het verslag schrijven. Toen zou Benno het verslag schrijven maar zei Casper dat hij het verslag best wilde schrijven, maar die had het vorige verslag al geschreven en toen zei Groen dat hij het verslag wel zou schrijven. Zo begon het dus.

Groen, ons jongste lid en beoogd verslaggever van dien, begon na een biertje of wat en een kelkje sake of twee iedereen stevig doch vriendelijk te interviewen, als ware hij Larry King. Maar Larry King hoeft nooit iets te onthouden omdat ie voor de tv interviewt en alles dus direct wordt opgenomen. Bovendien drinkt ie niet zoveel als Groen, dus als Larry King het wel had moeten onthouden zou dat ook makkelijker gaan, ondanks zijn vergevorderde leeftijd. Groen, flink in de olie, want daar smaakt sake een beetje naar, vergat dus alles en vroeg dinsdag aan Benno of ie het verslag wilde schrijven. Nou, ondanks dat ie ook niet alles heeft onthouden wilde die dat wel. Bij deze dus.

Het begon vrijdag, toen we bij Pol zouden eten, maar omdat Pol een te kleine woonruimte heeft gingen we toch bij Koen eten. Pol zou koken, maar omdat ie niet kan koken vroeg ie of Benno hem wilde helpen met koken. Pol en Benno hebben toen samen Köningsberger Klöpse gemaakt, een oud Oost-Pruisisch gerecht met kappertjes en gehaktballen en room en zo. Dat was speciaal voor onze nieuwe aanwinst Groen, maar die was op een bruiloft of iets met zijn werk of zijn vrouw en sloot dus pas later aan. Iedereen die er wel was vond het heel lekker. Maar vooral het bijgerecht, rode kool met geitenkaas, vonden we heel lekker. Pol had wel bier gehaald en daar hebben we één of meer van gedronken, en dat smaakte ook lekker omdat het niet Japans was. Zo dus.

Hummel viel dus plotseling uit en toen moest Benno invallen. Dat wilde die best maar hij stelde de teamcaptain voor een moeilijke taak door plotseling met veel bombarie de witte stenen op te eisen, aangezien hij de vorige keer zwart was. Pol maakte de taak van de captain nog een stuk lastiger, door eerst te zeggen dat ie op bord 8 wilde spelen, en toen toch op bord 2 wilde spelen. De teamcaptain wilde hem op bord 4 plaatsen, waarna Pol eiste dat hij óf op bord 1 óf op bord 8 plaats zou nemen de volgende dag. Pol had niet helemaal zijn dag, en ook niet helemaal zijn weekend. Maar met zo’n rommelige voorbereiding is het natuurlijk wel vragen om problemen. Maar dat is logisch.

Na een Hagel en een Donder gingen we naar het H’tje waar Groen kwam aanzetten. In het H’tje hebben we gepraat, gezongen, gehuild en gelachen, gesnelschaakt en dropshots en bier gedronken. De ideale voorbereiding op een dag waarop je de volgende dag weer hetzelfde gaat doen, behalve als je dan ook nog moet schaken helaas. Toen iedereen heel dronken was, ging iedereen naar huis. Behalve Groen en Casper, die bleven nog even. Die gingen pas naar huis toen ze nog dronkener waren. Bij toeval werd nog door iemand geopperd dat Staunton in het Denksportcentrum speelt, en niet in dat eeuwige noodgebouwtje in Helpman. Dat bespaarde menigeen een lange fietstocht op de zaterdag, waardoor sommigen toch nog wat nachtrust kregen. Daarom.

Schaken in het Denksportcentrum met een kater voelt een beetje als thuiskomen. Het wederzien met onze vrienden van SISSA en GUC was hartelijk. Onze teamcaptain was iets later omdat ie ‘s ochtends nog even via zijn eigen huis moest om de opstelling op te halen en zich te wassen. Hendrik en Frits kwamen kijken en dat vond de rest heel leuk. Na een stevige koffie en een bolletje met kaas en Hollandse tomaat, was bijna iedereen zover. Op bord 1 stond Pol al snel gewonnen. Dat zou slechts een kwestie van tijd zijn, dachten we. Op bord 2 heeft Floris twee keer een combinatie van drie zetten moeten uitrekenen en hij won snel. Op bord 3 won Renze ook vrij rap, ondanks dat deze FM (volgens Sipke Ernst is Rietveld IM-materiaal) nog wel eens problemen heeft met tegenstanders die op papier veel zwakker zijn dan hij. Koen won op bord 4 op zijn Koens, hij hing ‘m er lafjes in en deed een trucje. Zo wint ie altijd en sommigen vinden dat vals. Maar ik niet hoor. Dus.

Op bord 5 was het JJ tegen JJ, maar ook bijna OJ voor JJ. Materiaal voor, jawel, maar een mataanval pareren met een kater kan zwaar zijn. Maar ondanks dat een en ander wat roestig oogde, schoof Groen die er later bijkwam zijn zwarte legerpoppetjes op kenmerkende wijze naar de zege. Op bord 6 speelde Casper een afruil-Frans, en dat werd van een afhuil-Frans een afbeul-Frans. Casper miste nog wel mat in drie maar nam toch de overwinning mee, vooral omdat zijn opponent chronische problemen had achter de paaltjes. Op bord 7 moest Benno het opnemen tegen gepensioneerd scheikundige en een van de taaiste veteranen van het stel, good old Henk Seijen. Niet zo sterk als weleer, maar wat nou als Seijen zomaar eens zijn oude niveau aantikt? Benno speelde geen Oerang-Oetan, maar had wel een trucje in huis dat hem doorslaggevend voordeel opleverde in het eindspel. Pastoor deed op bord 8 iets moderns, en hij wachte geduldig tot zijn tegenstander die op papier een stuk minder was ook op het bord een stuk minder was door een fout te maken. Net als de vorige keer. Benno was intussen blij dat hij niet als laatste nog bezig was. Zoals zo vaak.

courtesy of Jack Spam

Nee, want dat was Pol, die zichtbaar geërgerd was doordat hij nog bezig was en door zijn stelling en omdat hij liever aan de bar zit en door van alles en door nog wat en omdat iedereen in het Denksportcentrum al lekker bier aan het drinken was aan de bar. Dat laatste vooral. Maar ook omdat Pol al heel erg lang gepest wordt door zijn team- en clubgenootjes omdat hij heel vaak remise speelt. Terwijl de schakers van Staunton hun teamgenoot Marijn Swemmer aanmoedigden door in een kring om het bord te staan, zaten wij al lang en breed aan de bar. Toen ging Frits even kijken en hij zag binnen één seconde dat Pol het volgende kon spelen: 47. Db8 Ke7 48. Dc7 Kf6 49. Dd8 Kf6 50. Dg5#. En als na 48… Te7, dan 49. Te5#. Maar dat zag Pol dus niet en toen deed hij nog heel veel stomme zetten en werd het remise. Zoals heel vaak.

En toen dronken we bier in het Denksportcentrum en toen kwam Koen aanzetten met een paar voedselbonnen, waardoor we voor een normale prijs konden eten bij een Japanner waar alleen mensen met bonnen komen omdat ie anders te duur is. Daar bestelden we eerst bier dat niet naar bier smaakte, Japans namelijk, en daarna bier dat een beetje naar bier smaakte, Heineken namelijk. We leerden ook een Japans raadsel, dat gaat zo: Joris bestelt zes kelken sake, Ben bestelt er drie en Ernst twee. Een travestiet of een lbtd’er serveert de kelken en op de rekening staan vijf kelken. Hoeveel kelken sake hebben de jongens samen gedronken? Dat was het raadsel. Terwijl de nicht van Floris zijn neefje iets beter leerde kennen door ongemerkt aan de tafel pal naast ons te zitten, vertelde Pastoor onsmakelijke verhalen over Finse vrouwen, die misschien ook Lets waren. Pol werd nog onlosmakelijk gepest en toen was het tijd om naar de karaokebar te gaan. Dat kan namelijk nooit geen kwaad.

Het was lang wachten op de hupsaké

In de karaokebar leerden wij dat iedereen goed kan zingen als de kelen gesmeerd zijn, de letters duidelijk op de schermen worden geprojecteerd, het publiek dankbaar is en de microfoons niet al te hard zijn afgesteld. Ook leerden wij dat het in karaokebars wemelt van vrouwelijke vrijgezellenpartys en dat er zelfs in een karaokebar een vip-gedeelte is dat je kan reserveren. En we leerden dat Floris een uitstekende Eminem in huis heeft. Iedereen deed iemand. Benno deed Ramses, Frits deed John, Groen deed iets Duits, Pastoor deed K3 en Pol deed Paul. En voor de rest deed Pol ook zo’n beetje alles. Alles, behalve winnen.

Toen gingen we naar het H’tje, omdat vanuit daar iedereen automatisch de weg naar huis kent en je op sommige avonden geen onnodige risico’s moet nemen. Pol had twee vrouwen uit de karaokebar meegevraagd om een potje met hun te schaken om zo toch nog een puntje te halen dit weekend. Dat lukte. De rest ging ook schaken, of praten of drinken of nog meer zingen en nog meer van die dingen. En Nick citeerde Rousseau, wat iedereen heel grappig vond.

Het was weer een leuk weekend. Iedereen was er, behalve Hummel want die was ziek maar daar kan ie niets aan doen en Arjan die nu in Amsterdam woont en dan weet je het wel. En het was leuk omdat bijna iedereen heeft gewonnen en omdat we als team met 7,5 – 0,5 hebben gewonnen en omdat we heel veel bier hebben gedronken en we toen allemaal dingen hebben meegemaakt die je dan later weer in een verslag moet teruglezen. Daarom was het een leuk weekend dus.